Verenigingswerk anno 2021: wat verandert er?

04-01-2021

Het verenigingswerk of bijklussen is veranderd door de nieuwe regeling sinds 01.01.2021. Voorlopig is het alleen maar mogelijk in de sportsector. Hieronder bespreken we de veranderingen verder. 

Verenigingswerk of bijklussen?

Het is een wettelijke regeling om personen te vergoeden die bepaalde diensten verrichten aan verenigingen of vzw's. 

Deze vergoedingsregeling kan eigenlijk tussen de vrijwilligersvergoeding (kostenvergoeding voor vrijwilligerswerk) en het uitkeren van loon (normale tewerkstelling van werknemer) geplaatst worden. 

Sinds 2021 geldt er een nieuwe wet die één jaar zal gelden (dit is dus een tijdelijke regeling) en die een aantal veranderingen met zich meebrengt. 

Veranderingen?

  • Verenigingswerk in de SPORTSECTOR:

Verenigingswerk mag nu enkel nog in de sportsector gebeuren.

Hieronder de wettelijk toegelaten activiteiten:

1° animator, leider, monitor of coördinator die sportinitiatie en/of sportactiviteiten verstrekt; 

2° sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid, steward, terreinverzorger-materiaalmeester, seingever bij sportwedstrijden; 

3° conciërge van sportinfrastructuur; 

4° hulp en ondersteuning bieden op occasionele of kleinschalige basis op het vlak van het administratief beheer, het bestuur, het ordenen van archieven of het opnemen van een logistieke verantwoordelijkheid bij activiteiten in de sportsector; 

5° hulp bieden op occasionele of kleinschalige basis bij het opstellen van nieuwsbrieven en andere publicaties (zoals websites) in de sportsector; 

6° verstrekker van opleidingen, lezingen, en presentaties in de sportsector.


  • 18 jaar of ouder zijn:

Voortaan moet de verenigingswerker minstens 18 jaar oud zijn. 

Daarnaast moet men nog steeds werk hebben (m.u.v. gepensioneerden). Het is niet meer vereist om minstens 4/5e te werken (oude regel). 

De overeenkomst mag maximum voor 1 jaar worden afgesloten tussen vereniging en verenigingswerker.

Er mogen maximum 3 (al dan niet opeenvolgende) overeenkomsten met dezelfde vereniging worden afgesloten per kalenderjaar.

De volgende regels gelden bij het einde van het verenigingswerk door opzeg:

Minstens 7 kalenderdagen opzegtermijn bij overeenkomst van < 6 maanden.

Minstens 14 kalenderdagen opzegtermijn bij overeenkomst van > 6 maanden.

De overeenkomst stopzetten bij dringende reden zonder opzeg kan onder bepaalde voorwaarden.

De volgende forfaitaire verbrekingsvergoeding geldt als de overeenkomst vroegtijdig wordt stopgezet (zowel door de vereniging als door de verenigingswerker) zonder opzeg noch dringende reden:

Bij overeenkomst van < 6 maanden: 132,08 euro.

Bij overeenkomst van > 6 maanden: 264,17 euro.


  • 6.000 euro per jaar (geïndexeerd op 6.340 euro in 2020):

Eventuele verplaatsingskosten en onkosten inbegrepen.

Er mag niet meer dan 1.000 euro (voor 2020: 1.056,66 euro) per maand worden uitgekeerd voor de activiteiten 1° en 2° (zie hierboven). Een maximum van 500 euro (voor 2020: 528,33 euro) per maand geldt voor activiteiten 3° tot 6° (zie hierboven). 

De vereniging mag maximum 200.000 euro in totaal voor verenigingswerk betalen. 


  • Solidariteitsbijdrage en belasting:

De vereniging waarvoor verenigingswerkers werken, moet een solidariteitsbijdrage van 10% van de overeengekomen vergoeding betalen aan de RSZ. 

De verenigingswerker zelf moet een belasting van 10% betalen. 

De bijdrage en belasting zijn ook van toepassing op een eventuele opzegvergoeding.


  • Maximum 50 uren verenigingswerk:

Een verenigingswerker mag gemiddeld op kwartaalbasis maximum 50 uren per maand presteren.

De minimumvergoeding bedraagt 5,10 euro per uur.

Er moet een wekelijks of maandelijks vast of variabel (inlichten min. 5 dagen voor de opdracht) uurrooster worden opgesteld. 

Aandachtspunten: na 6u werk minstens een pauze van 15min. / min. 11u rust tussen prestaties op verschillende dagen / min. rusttijd van 24u binnen iedere 7 dagen. 

Waarop nog wachten? 

Deze tijdelijke oplossing voor het verenigingswerk is geldig voor 1 jaar. De wetgever moet dus een definitieve regeling uitwerken tegen 2022. 

De geïndexeerde bedragen van de vergoeding via verenigingswerk worden in de loop van januari 2021 bekend gemaakt.

Hoe de aangifte van de solidariteitsbijdragen en de belasting (10%) moet gebeuren, is nog niet bekend.

Uiteraard zijn er een aantal andere vergoedingsmogelijkheden voor verenigingen die (niet) actief zijn in de sportsector. 

Verenigingen Van Nu staat paraat om dit samen te bespreken en om de bovenstaande  verder op te volgen.

Neem zeker contact met ons op bij verdere vragen of onduidelijkheden.